EEN REAL LIVE-GAME MET ACTEURS

~


VOOR TEAMS OF VRIENDEN- GROEPEN


Stichting Gullie © 2019 alle rechten voorbehouden. Voor reserveringen bel naar: 06-45355966. Bel naar de Salon van Weleer: 030-2102636

Als een Poorter, na een hele procedure die per gilde verschillend was, eindelijk mocht toetreden, moest hij ook financieel bijdragen aan het gilde. De gildekassen waren als een vetgemest varken, waaruit onder andere de begrafenissen van gildeleden, hun echtgenotes en kinderen werden betaald. Tot halverwege de 16e eeuw betaalden de gilden ook mee aan allerlei religieuze processies, aanschaffen en verbouwingen. Hierna werden de gelden gebruikt voor het uitbetalen van pensioenen, het meebetalen aan de verzorging en de behandeling van zieke gildebroeders en/of een uitkering aan gildebroeders die niet konden werken vanwege een fatsoenlijke ziekte. De Amsterdams kleermakersgilde omschreef onfatsoenlijke ziekten als: Venusziekte, openbare krankzinnigheid, ziektes opgelopen tijdens een vechtpartij of dronkenschap. De gilden gingen steeds meer voor hun broeders zorgen.


De industriële revolutie en de veranderende samenleving zouden de nekslag worden voor de gilden. Er werd om een ander type werker gevraagd. Het grootste verwijt was misschien wel dat de gilden de economische groei en de vrijhandel blokkeerden. In vergelijking met de  ons omringende landen duurde het relatief lang voordat de knoop werd doorgehakt om de gilden te ontbinden, dat gebeurde pas in 1818, toen koning Willem I de betreffende wet ondertekende. In 1820 werd er per wet geregeld hoe de liquidatie van de gildekassen moest plaatsvinden. Hierdoor was het mogelijk dat het Koninkrijk der Nederlanden een eenheidsstaat kon worden. Stedelijke privileges, schutterijen, stedelijke armenzorg en eigenrecht werden hierbij opgeschort.







De oude gilden van de stad Utrecht:

 I. Wantsnijders-gild

 II. Snijders-gild

 III. Bakkers-gild

 IV. Molenaars-gild

 V. Linnenwevers-gild

 VI. Brouwers-gild

 VII. Vischkoopers-gild

 VIII. Louwers-gild

 IX. Wollewevers-gild

 X. Marslieden-gild

 XI. Oude Corduaniers-gild

 XII. Korenkoopers-gild

 XIII. Oude Wantsnijders-gild

 XIV. Steenbikkers-gild

 XV. Grauwwerkers-gild (Bontwerkers-gild)

 XVI. Riemsnijders-gild

 XVII. Bijlhouwers-gild

 XVIII. Smeden-gild

XIX. Zadelaars-gild


De nieuwe gilden van de stad Utrecht (na 1528):

 XX. Chirurgijns-gild

 XXI. Knoopenmakers-gild

 XXII. Wolspinners-gild

 XXIII. Wolkammers-gild

 XXIV. Lontmakers- en lijndraaiers-gild

 XXV. Apothekers-gild

 XXVI. Kuipers-gild

 XXVII. Goudsmeden-gild

 XXVIII. Tinnegieters-gild

 XXIX. Antijcksnyders-gild

 XXX. Letterzetters- en boekdrukkers-gild

 XXXI. Tabaksverkoopers-gild

 XXXII. Tappers-gild

 XXXIII. Zakkendragers-gilden

XXXIV Schippers-gild van de Amsterdamse Volksschuit